Lahemaa, Estlands oudste nationale park, is een uniek gebied voor natuurliefhebbers. Tijdens ons bezoek afgelopen winter aan het park ontdekten we de veelzijdigheid van dit unieke landschap. We maakten er twee compleet verschillende wandelingen. De een voerde door dichte, mysterieuze bossen en langs verlaten kustlijnen. De andere door een bijzonder moeraslandschap met vele in de zon glinsterende vennen. Een fantastische kennismaking met een fraai nationaal park.

Lahemaa Nationaal Park
Ruim voor ons vertrek naar Tallinn verdiepen we ons alvast in wat er nog meer te zien valt in Estland. Naast andere interessante steden als Tartu en Pärnu zijn het vooral de nationale parken die onze aandacht trekken. Mede dankzij de ligging redelijk vlak bij Tallinn, springt één park er uit: het Lahemaa Nationaal Park. Dit oudste en grootste nationale park van het land werd opgericht in 1971. We lezen dat het park een oppervlakte beslaat van maar liefst 725 vierkante kilometer. Ter vergelijking: onze nationale parken Drentsche Aa, de Weerribben-Wieden en de Utrechtse Heuvelrug zijn “slechts” rond de 100 vierkante kilometer groot.
Lahemaa betekent overigens “Land van Baaien” en verwijst naar de vier grote schiereilanden en baaien in het gebied. Meer dan 70% van Lahemaa is bedekt met bossen. Het park herbergt daarnaast veel planten- en diersoorten, waaronder wilde zwijnen, herten, wolven, beren en lynxen. Ook bevat het park verhoogde veengebieden, waaronder het 7.000 jaar oude Laukasoo Reservaat. De rotsachtige kust dient als tussenstop voor kraanvogels tijdens hun trek.
In het park bevinden zich overigens ook vier landgoederen, namelijk Palmse, Vihula, Kolga en het barokke Sagadi. Daarnaast is er een voormalige geheime Sovjetonderzeeërsbasis uit de Koude Oorlog bij Hara. Je kunt nog de ruïnes daarvan zien. Ondanks dat we daar best nieuwsgierig naar zijn, besluiten we om vandaag alleen de natuur te gaan verkennen. Omdat we twee wandelingen voor de boeg hebben, trekken we er rond zonsopgang al op uit. Na een fraaie autorit van bijna anderhalf uur bereiken we het kleine dorpje Altja: de bestemming van onze eerste wandeling van vandaag.

Altja Nature Trail in het Lahemaa Nationaal Park
We parkeren onze huurauto op de onverharde parkeerplaats aan het begin van het dorpje Altja. Bij de parkeerplaats staat een groot informatiebord met meer gegevens over de wandeling. Al beschikken we over de gps-track, we maken voor de zekerheid een foto van de route op het bord. Snel daarna vangen we met onze wandeling aan.
De routemarkeringen sturen ons in eerste instantie richting een houten taveerne in boerderijstijl. Het etablissement is nu nog gesloten, maar we hopen dat we hier na afloop van onze wandeling een kop koffie kunnen krijgen. In de tuin van het restaurant stuiten we op grote banners. Het blijkt een expositie te zijn over Estland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In die periode werd het land bezet door de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland.Toen in 1944 het Rode Leger oprukte, vluchtten duizenden Esten naar Finland en Zweden. Velen vertrokken per boot, ondanks de gevaren. Sommigen werden geëvacueerd naar Duitsland. De vluchtelingenstroom had een grote impact op de Estse bevolking, met name in kustgebieden en op de eilanden. Na de oorlog keerden sommige vluchtelingen terug, terwijl anderen in ballingschap bleven om de continuïteit van de Estse staat te waarborgen.

Door een fijnsparrenbos naar de zee
We vervolgen de wandeling en komen uit in een bos van fijnsparren. Ruim een eeuw geleden was het huidige wandelpad nog de doorgaande weg voor de adel. Met paard en wagen reden zij door de mysterieus ogende omgeving naar hun villa in het bos. Weinig herinnert nog aan die tijd, behalve dan de vage restanten van een zomerhuis van een baron.
Een keurig onderhouden houten brug brengt ons naar de overkant van de smalle Altja rivier. Hierna bereiken we een vier meter hoog rotsblok, midden op het pad. Heel bijzonder, want de rest van het boslandschap is zo plat als een pannenkoek. Op onze vraag “Hoe dan?” krijgen we snel antwoord. Op een klein bordje naast de rots lezen we dat het rotsblok afkomstig is uit Finland. Het liftte tijdens de ijstijd mee met een gletsjer alsof het slechts een kiezel was.

Het is vandaag zo rond het vriespunt en er ligt geen vlokje sneeuw. Voor Estse begrippen is het daarmee zeker geen winter. Toch voelt het fris aan als we even later op het strand staan. Ondanks het uitstekende zicht zien we aan de horizon niet het nabijgelegen Finland liggen. Dat moet vast ook ontmoedigend zijn geweest voor de Esten die tijdens de Tweede Wereldoorlog de Finse Golf over wilden steken naar Finland!
Tijdens de Sovjetbezetting was de kust waar we nu overheen lopen een afgesloten gebied met veel prikkeldraad. Alle vaartuigen waren daarnaast onteigend en vergrendeld. Het regime controleerde het leven streng. Veel mensen trokken daarop naar de steden waardoor dit gebied ontvolkte.

Vissersdorp Altja
Terwijl we over het volledig verlaten strand richting het dorpje Altja wandelen, passeren we een in het bos verscholen ruïne. Het is dat een informatiebordje ons erop attendeert, anders hadden we alleen nog aandacht voor de grote keien en rotsen op het strand. Van de ruïne is feitelijk alleen nog de fundering te zien. Hier stond in de tweede helft van de 19e eeuw de villa van baron Vaeküla. Begin 20e eeuw werd het een gemeenschapscentrum. Na de Tweede Wereldoorlog gebruikte de Sovjet kustwacht het hout om zich te verwarmen. Jammer, want de locatie van een zomerhuis zo dicht aan de Baltische Zee is onovertroffen.

Even later steken we opnieuw de Altja rivier via een hangbrug over en bereiken we het vissersdorp Altja. Op de landtong bevinden zich oude gerestaureerde en gereconstrueerde woningen die de sfeer van vroeger oproepen. Dankzij de roeibootjes, vissershutten en nettenschuren in het 15e eeuwse dorpje, wanen we ons in een openluchtmuseum. Bijzonder idyllisch, maar wel koud! De wind snijdt hier door onze warme winterkleding. We wandelen terug naar de parkeerplaats waar we de eerste andere wandelaars van vandaag tegenkomen. We twijfelen er niet aan dat dit plaatsje vooral in de zomer een erg gezellig dorpje is. Wellicht een goede reden om nog eens terug te keren.

Viru bog trail in het Lahemaa Nationaal Park
Met onze huurauto zetten we koers terug richting Tallinn. Nog voor we de A1 opdraaien slaan we af en komen we uit op het grote parkeerterrein bij onze volgende wandeling. Van de snelweg die dwars door het nationaal park loopt, verwachten we weinig herrie. Op de heenweg naar Lahemaa kwamen we namelijk erg weinig verkeer tegen. En ook nu horen we op het geluid van andere wandelaars na helemaal niets.
De wandeling die we nu gaan maken voert door het Viru-veengebied. Het is een van de meest populaire wandelroutes in het grote Lahemaa Nationaal Park. Veenmoerassen beslaan ruim 22% van het Estse grondgebied. Voedingsstofarme hoogvenen (‘bogs’ in het Engels, waar de naam van de route aan refereert) maken bijna 8% van het gebied uit. Het hoogveen van Viru is 5000 jaar geleden ontstaan uit een groot meer.
Een breed grindpad voert ons door een gemengd bos van sparren en berken naar een fraai klein meertje. Al ligt er geen sneeuw, het laagje ijs op het meertje verraadt dat het hier wel degelijk koud is. Toch voelt het door het gebrek aan zeewind een stuk behaaglijker aan dan tijdens onze eerste wandeling van vandaag. Even later bereiken we een stuk groter meer. Vanaf de kant leidt een niet al te breed vlonderpad dwars over het water naar een veraf gelegen bos.

Avontuurlijke wandeling over een vlonderpad
Terwijl we zo over het uitstekend onderhouden vlonderpad lopen, kijken we gebiologeerd naar de bruinachtige kleur van het water. Deze kleur wordt veroorzaakt door humuszuur. Je zou het niet zeggen maar dit water behoort tot het zuiverste in de natuur.
Het vlonderpad voert ons verder langs vele veenbassins naar een uitkijktoren. Het is er tamelijk druk met wandelaars van diverse nationaliteiten. We treffen er zowel stellen als kleine groepjes wandelaars en zelfs gezinnen met kinderwagens. We beklimmen de toren en genieten van het fraaie uitzicht op de uitgestrekte hoogvenen. Overal om ons heen zien we kleine vennetjes afgewisseld door bosschages. Wat een schitterend natuurgebied!

Na een minuut of vijf willen we onze wandeling weer voortzetten. De route voert echter verder over een bijzonder smal plankenpad. We zien de gezinnen met kinderwagens via het brede vlonderpad terug naar de parkeerplaats gaan. Anderen proberen het smalle pad een eerste honderd meter even uit en besluiten dan alsnog om te keren. Ook wij vinden het spannend, vooral als de planken door ons gewicht iets onder water komen te staan. Toch nemen we als een van de weinigen de gok en lopen verder.
Een goede beslissing, zo blijkt later. Want niet alleen zijn we hier zo ongeveer de enigen, het landschap is er ongekend mooi. Mede dankzij de laagstaande zon laten we ons bij elk hoogveenbassin verleiden om nóg een foto te maken. We vinden het zelfs jammer als we na een tijdje weer in het hoger gelegen boslandschap uitkomen. Na nog een dikke kilometer komen we uiteindelijk weer uit bij de parkeerplaats. Al een beetje vermoeid maar meer dan voldaan rijden we terug naar de Estse hoofdstad.

De Jägala-waterval
Halverwege de terugweg passeren we nog de Jägala-waterval. De waterval had eerder al onze aandacht getrokken omdat enkele touroperators dagtrips vanuit Tallinn aanbieden. Met een hoogte van ongeveer acht meter en een breedte van 50 meter is het een van de indrukwekkendste watervallen in Estland. De waterval is ontstaan door erosie van kalksteenlagen in een karstgebied, wat heeft geleid tot een U-vormige klif. De Jägala-waterval staat al sinds eind 17e eeuw op Zweedse kaarten als stroomgebied aangegeven. De toenmalige locatie van de waterval bevond zich naar schatting ruim 17 meter verder zeewaarts. Door de terugtrekking van de waterval is een lange canyonvallei ontstaan.

De waterval vinden we niet duidelijk aangegeven. Om die reden komen we in eerste instantie niet bij de waterval zelf maar bij een dam uit. Vanwege de donkerbruine kleur van het water, veroorzaakt door de vele veenmoerassen in Estland, lijkt het net alsof het water enorm vervuild is. Maar we weten inmiddels dat dit zeker niet het geval is.
We rijden een klein stukje door en komen bij de daadwerkelijke waterval uit. Op foto’s die we eerder op internet zagen ziet de Jägala-waterval met name in de winter er spectaculair uit wanneer het gedeeltelijk bevriest en enorme ijspegels vormt. Soms, bij extreem lage temperaturen, vormt zich zelfs een ijstunnel achter de waterval. Dit is momenteel niet het geval. Door de vooralsnog milde winter is van ijsvorming in de woest kolkende watermassa geen sprake. Toch vinden we het leuk dat we hier ondanks het invallen van de duisternis nog even zijn wezen kijken!

Praktische informatie voor wandelen in Lahemaa Nationaal Park








Prachtig landschap met veel afwisseling, ook goed de geschiedenis ervan aangegeven.
Dankjewel! Zelf ook aspiraties om Estland te bezoeken?